Van De Zandschulp Ik Voel Mijzelf Geen Laatbloeier 2

Van de Zandschulp: ‘Ik voel mijzelf geen laatbloeier’

In samenwerking met TENNiS Magazine plaatsen we elke vrijdag een gedeelte van een interview uit het magazine met een persoon uit de Nederlandse tenniswereld. Deze keer met Botic van de Zandschulp.

Zijn naam past meestal niet in de uitslagenblokken. Zowel on- als offline moeten de designers wel ergens zijn naam afbreken of inkorten om hem in de strakke schema’s te kunnen inpassen. Botic van de Zandschulp is dan ook een mondvol. In binnen- en buitenland wordt die naam, met verbasteringen en al, echter steeds vaker met ontzag uitgesproken.

Om een idee te geven van zijn progressie: de 24-jarige speler uit Veenendaal begon het jaar 2019 buiten de top500. Met ruim driehonderd plaatsen winst op de ATP-ranking is hij als een komeet omhooggeschoten en staat nu op plek 173.

Je progressie heeft serieus vorm gekregen het afgelopen jaar. Hoe is dat tot stand gekomen?
‘Ik heb voor het eerst achter elkaar een seizoen pijnvrij door kunnen spelen. We begonnen met twee rankings (ITF en ATP, red.) naast elkaar waardoor ik alleen maar futures heb kunnen spelen voor de ITF-ranglijst. Ik won er een paar en kwam in de top10, maar aanvankelijk kreeg ik daar geen ATP-punten voor. Halverwege het seizoen is dat systeem op de schop gegaan. Vanaf dat moment kon ik me gaan meten op challengerniveau.’

Op welk gebied heb je de meeste vooruitgang geboekt?
‘Op conditioneel terrein heb ik sinds oktober behoorlijke stappen gezet. Ik werk twee keer in de week met een conditietrainer. Althans als ik niet in het buitenland ben om een toernooi te spelen. Dat heeft mij verder gebracht. Ik werkte daarvoor ook aan mijn conditie, maar niet op de goede manier. Elk lichaam is anders. Een persoonlijke aanpak werpt veel meer vruchten af. Bij mij is het niet zo zinvol om veel krachttraining te doen. Ik moet meer aan het uithoudingsvermogen werken, aan het voetenwerk vooral.’

Je zou bijna zeggen dat je met 24 jaar een laatbloeier bent. Vind je dat zelf ook?
‘Ik voel mijzelf eigenlijk geen laatbloeier. Ik heb de afgelopen twee jaar nogal wat fysieke tegenslag gekend en dat helpt dan niet echt. Maar ik ben pas 24 jaar. Als je naar de gemiddelde leeftijd van de top100 kijkt, heb ik nog aardig wat jaren voor de boeg. Die is alleen maar geklommen. Oke, sommigen breken op jongere leeftijd door. Anderen hebben daar een langer traject voor nodig. Bij mij zijn er aanwijsbare redenen waarom het even heeft geduurd.’

Hoe zou je jezelf als tennisspeler willen omschrijven. Wat zijn je sterke punten?
‘Ik ben aanvallend ingesteld dus ik ga geregeld voor de winner. Ik beschik, zo hoor ik links en rechts, over easy power. Het kost me weinig moeite de bal met vaart weg te slaan. Mijn spel komt het beste tot zijn recht op trager hardcourt en gravel. Dat klinkt misschien gek, omdat ik over veel kracht in mijn slagen beschik. Maar ik heb het idee dat hoe sneller de baansoort is, hoe dichter de niveaus bij elkaar liggen. Zo ervaar ik het in elk geval.’

Je hebt grote stappen gezet. Het wordt moeilijker om terrein te blijven winnen richting top100 en top50. Hoe zie jij dat?
‘Om bij de beste honderd te komen zou ik bijvoorbeeld nog drie challengers moeten winnen. Het wordt er niet makkelijker op, maar ik ga de uitdagingen niet uit de weg. Ik heb het geloof na winst in Hamburg dat ik challengers kan winnen. Zo’n eindzege geeft een goed gevoel. Zo van: “die zit in de pocket”. Je krijgt eindelijk loon naar hard werken. Zo zie ik het ook. En ja, de vaste waarden in de challengers weten dat er iemand is bij gekomen met wie ze rekening moeten houden.’

Er zong ook een gerucht rond dat je niet gemakkelijk van huis kon. Dat is niet echt handig als je tennisprof bent. Klopt er iets van of is het lariekoek?
‘Dat laatste. Ik weet ook niet waar dat vandaan komt, maar het is onzin. Ik heb totaal geen moeite met reizen, hoewel ik wel graag thuiskom. Soms zijn de periodes wel lang. Als je bijvoorbeeld in China in de eerste ronde verliest en moet wachten op het volgende toernooi in dat land dan zijn dat niet de makkelijkste momenten. Je vliegt niet even op en neer naar huis. Dan is het makkelijker als je met een kleine groep reist. Maar je kunt beter blijven winnen. Dan gaat alles een stuk sneller.’

Wil je het hele interview lezen ga dan naar de site van TENNiS Magazine en kies voor een abonnement of los nummer.

Het interview met Botic van de Zandschulp staat in editie 6/7 van 2019.